Wanneer is het ADHD?

ADHD is een duidelijk omschreven aandoening en niet zomaar een aanduiding voor ondeugende of slecht opgevoede kinderen. Niet ieder kind of iedere jongere die druk is, heeft ADHD, net zomin als niet iedereen die wel eens dagdroomt ADD heeft.

Wanneer spreken we dan wel van ADHD of ADD? De diagnose ADHD wordt gesteld als de volgende verschijnselen in abnormale mate aanwezig zijn3:

  • Aandachtstekort (weinig aandacht, niet opletten, slecht concentratievermogen) en/of:
  • Hyperactiviteit (zeer beweeglijk en druk) en impulsiviteit (ondoordacht handelen, ‘flapuit’)

Hieronder kun je lezen wat allemaal bij deze begrippen hoort.

  • Aandachtstekort(weinig aandacht, niet opletten, slecht concentratievermogen) Dromerig, afwezig gedrag. Niet goed of lang kunnen opletten, dingen vergeten, moeite hebben met details, spullen kwijtraken, afgeleid raken, van alles tegelijk doen, niet kunnen blijven luisteren, ‘het ene oor in, het andere weer uit’. Ook komt het voor dat het kind sterk gericht is op één ding (‘hyperfocussen’). Het kan zich dan juist heel erg goed concentreren op één ding en daar helemaal in opgaan. Bijvoorbeeld bij televisie kijken of computerspelletjes spelen. Maar ook een duidelijke opdracht uitvoeren of taak vervullen, bijvoorbeeld een test, die immers vaak in een heel rustige omgeving wordt afgenomen. Mensen met ADHD of ADD kunnen zich daarop vaak heel goed concentreren. Boeiende vakken op school gaan ook beter dan saaie vakken. Ten onrechte wordt hieruit dikwijls afgeleid dat iemand ‘wel kan, als hij maar wil’. Bij ADHD en ADD is het belangrijk te beseffen dat het niet gaat om onwil maar om onmacht. Iemand met ADD heeft vooral last van aandachtstekort.
  • Hyperactiviteit(overmatige bewegingsdrang; druk gedrag) Altijd een gevoel van onrust, niet stil kunnen zitten, wiebelen en draaien op een stoel, steeds moeten opstaan en rondwandelen, voortdurend friemelen met iets in de handen of met de handen zelf, met de voeten tikken, altijd maar doorpraten, ellenlange verhalen afsteken waarvan de luisteraar de draad kwijtraakt, gespannen zijn en blijven, moeilijk tot rust kunnen komen. Bij ADD is de hyperactiviteit vaak naar binnen gericht, dus met een gevoel van onrust in het hoofd of in de gedachten, terwijl de drukte zich bij ADHD juist uit als druk gedrag.
  • Impulsiviteit(ondoordacht handelen, ‘flapuit’) Meteen of plotseling dingen doen of zeggen zonder er eerst over na te denken, voor je beurt praten, door anderen heen praten, anderen in de rede vallen, snel boos worden, roekeloos gedrag, geen gevaar zien. Maar ook vreetbuien, gevaarlijk gedrag in het verkeer en op straat, snel vriendschappen sluiten maar ook weer snel verbreken, geld uitgeven zonder dat het nodig of verantwoord is, voordringen zonder dat je er erg in hebt: allemaal voorbeelden van impulsief gedrag.

We hebben het al gezegd, niet iedereen die druk is of af en toe wegdroomt heeft ADHD of ADD. Om aan deze problemen de diagnose ADHD te mogen koppelen, moeten ze:

  • langdurig aanwezig zijn – minstens 6 maanden;
  • niet passen bij de leeftijd en het ontwikkelingsstadium van het kind (wat voor een tweejarige normaal is, is niet normaal voor een tienjarige);
  • optreden voordat het kind 7 jaar wordt (althans, enkele verschijnselen). ADHD of ADD zit immers in het kind zelf en komt niet zomaar uit het niets tevoorschijn;
  • het dagelijkse functioneren en prettig voelen van het kind in de weg staan. Alleen maar thuis stout zijn of het op school niet goed doen is niet genoeg;
  • zich op meerdere plaatsen voordoen, bijvoorbeeld zowel thuis als op school. Problemen die alleen thuis of alleen op school bestaan, hebben vaak andere oorzaken.

Sommige kinderen en jongeren hebben alleen een concentratieprobleem en anderen hebben alleen problemen met hyperactiviteit en impulsiviteit (hoewel dat laatste maar zelden voorkomt). Bij de meeste kinderen en jongeren zien we echter een combinatie van beide soorten problemen. Soms wordt de term ‘hyperkinetische stoornis’ gebruikt voor kinderen met een zeer zware vorm van ADHD. Daarbij zijn de concentratiestoornis, hyperactiviteit en impulsiviteit zo sterk aanwezig dat ze het leven van de kinderen en de omgeving thuis, op school en op andere plaatsen (winkels, sportclubs, attractiepark…) ernstig ontwrichten.

3. Attention deficit hyperactivity disorder: Diagnosis and management of ADHD in children, young people and adults, National Institute for Health and Clinical Excellence, sep 2008, cg 72