De rol van andere factoren

Heb je nou als kind zo’n erfelijke aanleg, dan kunnen bepaalde gebeurtenissen of factoren tijdens de vroege ontwikkeling de kans op ADHD of ADD verder vergroten. Maar deze gebeurtenissen en factoren zijn zeker niet de enige oorzaak van het probleem!

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • een lastige bevalling (met complicaties);
  • een laag geboortegewicht;
  • gebruik van tabak, alcohol of bepaalde kalmeringsmiddelen (benzodiazepines) door de moeder tijdens de zwangerschap;
  • een hersenaandoeningen of hersenbeschadiging.

Uit hersenscans en psychologisch onderzoek is gebleken dat er subtiele, maar duidelijke verschillen bestaan tussen de hersenen van mensen met en zonder ADHD, zowel in structuur als in groei, ontwikkeling en functioneren1,2. Hoewel we met deze technieken meer inzicht kunnen krijgen in de oorzaken van ADHD, kunnen we er helaas niet mee vaststellen of iemand ADHD of ADD heeft of niet. Dat moet op basis van de symptomen, zoals hiervoor is beschreven. ADHD of ADD kun je niet vaststellen met een hersenscan of een psychologisch onderzoek; nu niet en ook niet in de nabije toekomst.

1. Multidisciplinaire richtlijn ADHD, Trimbos instituut, 2005

2. Multidisciplinaire richtlijn ADHD, Patiëntenversie voor ouders, Trimbos instituut, 2007