Medicijnen

Waarom pillen voor gedrag?
Medicijnen kunnen de verschijnselen van ADHD, hyperactiviteit, impulsiviteit en/of aandachtstekort, sterk verminderen. Verder kan iemand met ADHD door de medicijnen:

  • het eigen gedrag beter in de hand houden;
  • huiswerk en andere taken beter afmaken;
  • beter bereikbaar zijn voor anderen (bijvoorbeeld voor de ouders);
  • beter fijn-motorische taken uitvoeren (zoals schrijven, tekenen, handenarbeid en ander priegelwerk).

Medicijnen bij ADHD kunnen ervoor zorgen, in combinatie met gedragstherapie, dat de negatieve spiraal waarin veel ADHD’ers met hun omgeving terechtkomen wordt doorbroken1.

Wanneer medicijnen?
Over het algemeen zouden kinderen en jongeren bij wie ADHD is vastgesteld in de volgende gevallen in aanmerking kunnen komen voor medicijnen1,2:

  • als ze op school, tijdens studie en thuis ernstige problemen hebben vanwege hun ADHD;
  • als ADHD hen belemmert in hun ontwikkeling;
  • als ze moeilijkheden hebben in de omgang met leeftijdgenoten;
  • als ze onder hun niveau presteren;
  • als ze onvoldoende vooruitgaan met extra steun en structuur. 

Aandachtspunten bij medicijngebruik

  • Weeg de voor- en nadelen en risico’s samen met je behandelend arts zorgvuldig af.
  • Schrijf al je vragen op voordat je met de arts gaat praten.
  • Vraag informatie over de mogelijke bijwerkingen die kunnen optreden.
  • Vraag bij welke verschijnselen of gedragingen je je ongerust moet maken.
  • Spreek af waar en wanneer je de arts kunt bereiken als je ongerust bent (je kunt beter een keer te vaak om raad vragen dan te weinig!).
  • Bel desnoods nog eens terug als er na het gesprek met de arts nog onduidelijkheden zijn.
  • Bespreek waarom de medicijnen nodig zijn en wat de arts ermee wil bereiken.
  • Vraag medewerking van je omgeving.
  • Vraag extra geduld van je omgeving, zeker op moeilijke momenten.
  • De eerste weken van het medicijngebruik zijn moeilijk. Misschien krijg je (of je kind) last van bijwerkingen, zoals misselijkheid, terwijl de positieve effecten nog niet goed merkbaar zijn. Laat je daardoor niet ontmoedigen, maar geef het medicijn de tijd om effect te krijgen.
  • Bespreek het doel van de medicijnen, bijvoorbeeld met je leerkrachten. Vraag hun of ze ook willen opletten of ze effect bemerken. 
  • Geef de leerkracht uitleg over mogelijke bijwerkingen.
  • Vraag ook van de leerkracht een paar weken extra geduld en begrip.

Bezwaren tegen medicijnen?
In de media komen wel eens tegenstanders van medicijnen bij ADHD aan het woord. Zij stellen dat medicijnen, en zogenaamde stimulantia in het bijzonder, verslavend zijn, dat ze ziek maken en dat ze meestal ten onrechte worden voorgeschreven. Maar dat is niet op feiten gebaseerd. Dit zijn de feiten1,2:

  • medicijnen worden uitgebreid getest en onderzocht voor ze toegelaten worden voor de behandeling van patiënten;
  • de meeste korte termijn bijwerkingen van stimulantia zijn afhankelijk van de voorgeschreven dosering en zijn per persoon verschillend. Over het algemeen verminderen ze 1 tot 2 weken na de start van de behandeling en verdwijnen wanneer de dosis wordt gestopt of wordt verlaagd;
  • bijwerkingen kunnen hinderlijk zijn en een reden zijn om te stoppen met het voorgeschreven medicijn;
  • op de korte termijn reageren ongeveer 70% van de kinderen op een behandeling met stimulantia, dit leidt tot een verbetering van de kernsymptomen en het gedrag ;
  • medicijnen worden alleen voorgeschreven als andere behandelmethoden niet of onvoldoende werken en ook dan pas na goed onderzoek, goede voorlichting en - afhankelijk van je leeftijd - met toestemming van (goed geïnformeerde) ouders;
  • jij en/of je ouders nemen de beslissing om met medicijnen te behandelen, in overleg met de artsen;

1. Multidisciplinaire richtlijn ADHD, Trimbos instituut, 2005
2. Multidisciplinaire richtlijn ADHD, Patiëntenversie voor ouders, Trimbos instituut, 2007